De uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, ontvangt vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder o van de wet waarbij het percentage wordt bepaald op 25% van deze inkomsten en het maximumbedrag genoemd in artikel 31 tweede lid onder o van de wet.
Deze inkomensvrijlating vindt alleen plaats als de aanvaarde arbeid onderdeel uitmaakt van een traject gericht op arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 6 onder b van de wet.
De uitkeringsgerechtigde die een kostenvergoeding voor vrijwilligerswerk ontvangt heeft recht op de extra wettelijke vrijlating boven op de reguliere wettelijke vrijlating indien het vrijwilligerswerk naar oordeel van het college deel uitmaakt van een traject gericht op arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 6 onder b van de wet.
Hoofdstuk 3:
Artikel 7
Inkomstenvrijlating
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2007