Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 eerste lid, 17 en 18 eerste en tweede lid WWB, artikel 37 eerste lid IOAW, artikel 37 eerste lid IOAZ en of artikel 30c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet nakomt.
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep.
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening.
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
bijdraagt aan arbeidsinschakeling.
Hoofdstuk 3.
Artikel 7
- Beëindiging of intrekking van een voorziening
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012