De toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 1, van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wier woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
De toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 1, van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wier woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben.
Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander, die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
niet ten laste komende kinderen, jonger dan 21 jaar met een inkomen van ten hoogste 85% van de norm als bedoeld in artikel 21, onder a, van de wet;
de alleenstaande of alleenstaande ouder, die verzorgingsbehoevende is dan wel in wiens woning een verzorgingsbehoevende zijn hoofdverblijf heeft.
Hoofdstuk 3
Artikel 3
Verhogingscriteria
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2007