Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt voor de belanghebbende die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, de norm gedurende zes maanden na het tijdstip van die beëindiging lager vast, indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. 2.. De verlaging bedraagt een bedrag gelijk aan het verschil tussen de van toepassing zijnde norm en het van toepassing zijnde bedrag voor levensonderhoud als bedoeld in artikel 33, tweede lid van de Participatiewet, vermeerderd met het bedrag van de reisvoorziening in de rentedragende studielening.”

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel