Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt kan een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning. 2.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 3.. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode/4 weken voor het jaar 2019 (en € 19,00 per bijdrageperiode/maand voor het jaar 2020) voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 4.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb, bestemd voor de zorg en niet voor bemiddelingskosten en tussenpersonen. 5.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 6.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 7.a . In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet is de inwoner voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) een eigen bijdrage verschuldigd op basis van : Een bedrag per instap en en een bedrag per kilometer, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de BVO DRAN op basis van de regionale tarieven voor openbaar vervoer per bus. Een bedrag van 5 euro per maand zolang de inwoner in het bezit is van een geldige pas. 7.b . Het college kan over inning van de eigen bijdrage nadere regels vaststellen. 8.a . In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet is de inwoner voor het reizen met de deeltaxi naar de dagbesteding (begeleiding groep) een eigen bijdrage verschuldigd op basis van een bedrag per instap en een bedrag per kilometer, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de BVO DRAN op basis van de regionale tarieven voor openbaar vervoer per bus. 8.b . Het college kan over inning van de eigen bijdrage nadere regels vaststellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel