Suburbane en groenstedelijke woonmilieus onderscheiden zich voornamelijk in een lage woningdichtheid: minder dan 30 woningen per hectare. Ook is meer groen aanwezig dan in stedelijke woonmilieus, in de openbare ruimte, parken, landgoederen en in tuinen en is de hoeveelheid verharding beperkt. Bomen hebben hier de ruimte om tot volle wasdom te komen.
Hoofdstuk › Paragraaf b.
Artikel b.3
Appartementen en/of woongebouwen in een suburbaan / groenstedelijk woonmilieu
Onderdeel van Beleidsregel kwalitatief sturen op appartementen