Wanneer blijkt dat de cliënt niet op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kan komen, wordt beoordeeld of er andere voorliggende voorzieningen zijn, waarmee de hulpvraag kan worden opgelost, waaronder algemeen gebruikelijke voorzieningen en algemene voorzieningen op basis van de Wmo.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4.