Naar hoofdinhoud
De fysieke- en sociale omgeving zijn van invloed op de zorgbehoefte van de inwoner. Huisgenoten, andere naasten en verwanten van de inwoner kunnen zowel in positieve als in negatieve zin de zorgbehoefte beïnvloeden. Zij kunnen zelf zorg behoeven zoals kleine kinderen, een gehandicapt huisgenoot/familielid, zij kunnen ook verlichting geven en bijdragen aan te verrichten taken. In het gesprek over de zelfredzaamheid en participatie zal altijd de fysieke en sociale omgeving van de inwoner meegenomen worden in de afweging. In geval er voor de inwoners mantelzorg(-ers) zijn, kan een deel van de zorg buiten het maatwerk blijven omdat daar geen ondersteuning vanuit de Wmo voor ingezet hoeft te worden. De mantelzorger voorziet al in die hulp en dit weegt mee in het te nemen besluit. Welke zorg de mantelzorger op zich neemt en in welke omvang is in overleg met de inwoner, uitsluitend aan de mantelzorger zelf om te bepalen. Het meewegen van de mantelzorg betekent ook dat de gemeente nagaat of voor een deel van de mantelzorg alsnog ondersteuning vanuit de Wmo geïndiceerd moet worden. Dit ter ondersteuning van de mantelzorger zodat die (regelmatig) tijdelijk ontlast wordt.

Rechtspraak bij dit artikel