Naar hoofdinhoud
Er is sprake van spoedzorg of spoedopvang als: de inwoner zelfstandig woont en plotseling (medische) zorg of opvang nodig heeft en de situatie binnen een of twee dagen onhoudbaar zal zijn; de inwoner na een ziekenhuisopname uit het ziekenhuis mag, maar nog niet naar huis kan. Het gaat hier niet om medische spoedhulp van de spoedeisende hulp in het ziekenhuis of de huisartsenpost. In een 'maatschappelijke' crisissituatie zorgt de gemeente voor tijdelijk onderdak en/of begeleiding. Voorbeelden zijn: Iemand met autisme of met een verstandelijke beperking raakt volledig van slag door een ingrijpende gebeurtenis in zijn leven, en kan tijdelijk niet thuis blijven wonen. Mensen die hun huis ontvluchten vanwege huiselijk geweld. Ouderen die na een ziekenhuisopname om praktische redenen nog niet naar huis kunnen, bijvoorbeeld als de woning eerst aangepast moet worden. De opvang is dan niet om gezondheidsredenen nodig. Als de mantelzorger plotseling niet meer beschikbaar is. In een crisissituatie moet de gemeente direct een tijdelijke voorziening regelen, zonder te wachten op de uitkomst van het onderzoek. Dit is geregeld in de Wmo 2015, Artikel 2.3.3. Meer informatie over spoedzorg is te vinden op: https://vng.nl/files/vng/publicaties/2015/201507-informatiekaart-spoedzorg-juli2015.pdf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel