Naar hoofdinhoud
Indien een persoon met beperkingen in aanmerking komt voor maatwerk in het vervoer in het kader van de Wmo en hij als gevolg van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief (aanvullend) vervoer, kan aan hem een gemaximeerde vergoeding worden verstrekt voor het gebruik van een individuele (rolstoel)taxi. Om redenen van medische, psychische en/of sociale aard kan het collectief vervoer voor bepaalde mensen met een beperking geen adequate oplossing voor het vervoersprobleem bieden. Hiermee wordt bedoeld dat het collectief vervoer waarschijnlijk, afhankelijk van het soort systeem en het gebruikte materiaal minder geschikt is voor bijvoorbeeld: personen die tijdens de rit gebruik moeten maken van bepaalde hulpmiddelen en deze hulpmiddelen niet mee kunnen nemen; personen die vanwege ernstige maag-darm-blaasstoornissen te kampen hebben of van niet op te vangen incontinentie; personen die ernstige benauwdheid ondervinden als gevolg van bijvoorbeeld allergie, CARA, longemfyseem waardoor reizen met anderen onmogelijk is; situaties in verband met privacygevoelige zaken die een extreme schaamte of gêne tot gevolg hebben voor de inwoner. Voor de vergoeding voor individueel vervoer wordt een PGB-budget vastgesteld. Hiervan kan de inwoner gebruik maken op grond van het trekkingsrecht via de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Rechtspraak bij dit artikel