Als de situatie wijzigt bijvoorbeeld bij overlijden, een verhuizing of een middel is niet meer adequaat, kan de gemeente de restwaarde berekenen. Lastig punt kan zijn dat de inwoner eventueel extra geld heeft bijgelegd naast het maximale PGB om zijn hulpmiddel aan te schaffen. Bij de restwaardebepaling gaan we uit van het destijds daadwerkelijk verstrekte aanschafdeel van het PGB aan de desbetreffende inwoner.
De restwaarde wordt als volgt bepaald: afschrijvingstermijn – gebruiksjaren = jaren restwaarde, afgerond op hele jaren ten voordele van de inwoner.
Restwaarde is het budget minus de gebruikte jaren.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.7.4.