Het gaat bij (overige) lokalen om:
de voor het publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven. Deze worden onderverdeeld in:
de vergunningplichtige lokalen, zoals o.a. cafés, restaurants, cafetaria’s;
de niet-vergunningplichtige lokalen, zoals o.a. winkels, kapsalons, nagelstudio’s, bel- en internetwinkels.
de niet voor het publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven, zoals loodsen, magazijnen en andere (bedrijfs-)ruimten.
Grow- en smartshops vallen ook onder de voor het publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven. Sinds 1 maart 2015 zijn alle handelingen die de (grootschalige) illegale hennepteelt voorbereiden of vergemakkelijken strafbaar. Growshops die alleen leveren aan de kleine thuiskweker blijven legaal. Een smartshop is een winkel, waar in het algemeen smartdrugs en andere psychoactieve substanties worden verkocht en accessoires voor het gebruiken van dit soort middelen.
Bij de bepaling van de op te leggen maatregelen, zoals opgenomen in onderstaande
handhavingsmatrix, is een onderscheid gemaakt tussen hennepkwekerijen, de handel in soft- en/of harddrugs of aanwezigheid van een handelsvoorraad drugs en de voorbereidingen voor productie van drugs.
De burgemeester is van mening dat een lokaal minder bekend zal staan als drugspand als in het lokaal een hennepkwekerij is opgericht. De eigenaar/opdrachtgever van de kwekerij zal hier niet veel ruchtbaarheid aan willen geven. Dit in tegenstelling tot de situatie waarbij rechtstreeks vanuit het lokaal soft- en/of harddrugs worden verkocht of verstrekt, aangezien het lokaal dan (regelmatig) bezocht wordt door gebruikers en/of handelaren.
De belangenafweging ten aanzien van de duur van de maatregel komt echter weer anders te liggen bij een grote hennepkwekerij, gelet op het feit dat een grote kwekerij alleen al door omvang bekend is in het criminele circuit en daar wordt geweld niet geschuwd. Dat kan risico’s opleveren voor derden. Volgens de jurisprudentie geldt het adagium: hoe groter de kwekerij, hoe groter de impact op de omgeving. Daardoor is dan een lange sluitingsduur nodig om de relatie met het criminele milieu en drugshandel te verbreken. 2 Zie uitspraak van de ABRvS ECLI:NL:RVS:2018:853
In de matrix worden de grenzen van 200 en 500 planten gehanteerd. De grens van 200 planten is te relateren aan artikel 1 lid 2 van het Opiumwetbesluit. Daarin is bepaald dat bij 200 planten sprake is van grootschaligheid. De grens van 500 planten is gerelateerd aan de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet. Hierin staat dat het aantal van 500 planten aanleiding is om een gevangenisstraf te vorderen. Bij een kleiner aantal planten wordt een taakstraf geëist.
Met betrekking tot de productiemiddelen/voorbereidingshandelingen, bedoeld in lid 1 sub b ten aanzien van softdrugs, wordt in de matrix geen vaste termijn gehanteerd, omdat er een te grote variatie in feitelijke situaties denkbaar is. Is er sprake van een volledig ingerichte, maar nog niet in gebruik genomen hennepplantage, dan kan worden gekozen voor de sluitingstermijn die hoort bij het in werking hebben van een plantage van deze omvang. In de situatie dat er weliswaar productiemiddelen voor softdrugs aanwezig zijn, maar niet duidelijk is om welke omvang het zou kunnen gaan, zal aan de hand van de omstandigheden, zoals die blijken uit de politierapportage, gekozen moeten worden voor een sluitingstermijn.
Indien er sprake is van een growshop, oftewel bedrijfsmatige (groot)handel in productiemiddelen, is een lange maatregel op zijn plaats, gezien de rol die growshops hebben in de facilitering van grootschalige, bedrijfsmatige hennepteelt.
Bij de productie van en aanwezigheid van productiemiddelen voor synthetische drugs is er geen aanleiding om in de duur van de maatregel te differentiëren naar omvang, nu er altijd sprake is van georganiseerde criminaliteit met grote verwevenheid met andere drugsmarkten en grote flexibiliteit. 3 Zie onderzoek Politieacademie “Waar een klein land groot in kan zijn”
Naast handhaving op grond van artikel 13b van de Opiumwet, kan ten aanzien van vergunningplichtige inrichtingen tegen overtredingen in of vanuit een overig lokaal opgetreden worden op grond van de desbetreffende regelgeving, zoals Drank- en Horecawet en de Apv. Dit is niet in deze beleidsregel opgenomen. Voor de niet-vergunningplichtige lokalen geldt dat overtredingen alleen op grond van artikel 13b van de Opiumwet worden gehandhaafd, omdat in beginsel geen wettelijke regelingen van toepassing zijn op grond waarvan handhavend opgetreden kan worden.
Het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben van soft- en/of harddrugs in of vanuit een overig lokaal, anders dan een hennepkwekerij/coffeeshop
1e constatering: sluiting voor periode van één jaar
2e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd
Het voorhanden zijn van productiemiddelen voor harddrugs, zoals bedoeld in artikel 10a lid 1 sup 3 Opiumwet
1e constatering: sluiting voor periode van één jaar
2e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd
Het aantreffen van een hennepkwekerij met minder dan 200 planten
1e constatering: sluiting voor periode van drie maanden
2e constatering: sluiting periode van één jaar
Het aantreffen van een hennepkwekerij met meer dan 200, maar minder dan 500 planten
1e constatering: sluiting voor periode van één jaar
2e constatering 4 Voor de tweede constatering is de omvang van de hennepkwekerij niet meer relevant: sluiting voor onbepaalde tijd
Het aantreffen van een hennepkwekerij met meer dan 500 planten
1e constatering: sluiting voor periode van één jaar
2e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd
Het voorhanden zijn van productiemiddelen voor softdrugs, zoals bedoeld in artikel 11a Opiumwet
De sluitingstermijn varieert tussen drie maanden voor en één jaar.
Het voorhanden zijn van productiemiddelen
voor softdrugs, zoals bedoeld in artikel 11a Opiumwet, in het kader van bedrijfsmatige handel in deze stoffen of voorwerpen (growshop)
1e constatering: sluiting voor periode van één jaar
2e constatering: sluiting voor onbepaalde tijd
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2