Naar hoofdinhoud
1.. De commissie maakt een inventarisatie van onderwerpen, die in aanmerking komen voor een onderzoek, na een jaarlijkse ronde van consultatie bij alle raadsfracties. 2.. Ook de gemeenteraad, raadsfracties en inwoners van de gemeente Culemborg kunnen onderwerpen aangegeven. 3.. De directeur van de commissie kiest beargumenteerd zelf de onderwerpen voor onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. Ter bepaling van zijn keuze kan de directeur een vooronderzoek (laten) instellen. 4.. In beginsel verricht de commissie jaarlijks één groot en één klein onderzoek. 5.. De commissie stelt jaarlijks een onderzoeksplan in concept op en brengt dit ter kennis van de auditcommissie. De commissie doet dit uiterlijk twee weken voor de eerste auditcommissievergadering van het derde kwartaal van het kalenderjaar, dan wel in overleg met de auditcommissie op een ander moment. 6.. Het door de commissie vastgestelde onderzoeksplan alsmede een werkbegroting worden jaarlijks vóór 1 november ter kennis gebracht van de raad. 7.. Indien de commissie een keuze als bedoeld in lid 3 heeft gemaakt, informeert zij de raad en, ingeval een onderwerp door inwoners is aangedragen, tevens de betrokken inwoners gelijktijdig met het uitbrengen van het onderzoeksplan over haar keuze. 8.. De commissie stelt voor ieder te onderzoeken onderwerp een onderzoeksopzet vast en formuleert daarbij onderzoeksvragen. De onderzoeksopzet wordt ter kennis gebracht aan de raad. 9.. Bij de selectie van onderwerpen dient de commissie de volgende criteria te hanteren: Het onderwerp moet betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid of rechtmatigheid van beleid; Er moet sprake zijn van een substantieel belang; Het moet door de gemeente te beïnvloeden beleid betreffen; Er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken; De resultaten moeten communiceerbaar zijn naar de inwoners van Culemborg.

Rechtspraak bij dit artikel