De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar 40% van de toepasselijke bijstandsnorm bedoeld in artikel 21 van de wet, vermeerderd met de toeslag als bedoeld in artikel 25 lid 2 van de wet, voor één maand.
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
Indien één van de gehuwden of daarmee op basis van de wet gelijkgestelden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Artikel 4
– Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2009