In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
referteperiode: een ononderbroken periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum;
peildatum: de datum met ingang waarvan langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd;
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat:
voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’;
voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag wordt een bijstandsuitkering, in afwijking van artikel 32 van de wet, als inkomen gezien;
bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de wet
college: het college van burgemeester en wethouders.
Voor zover niet anders bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht.