Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

– Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag 2012

De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar 40% van de toepasselijke bijstandsnorm bedoeld in artikel 20 van de wet, vermeerderd met de toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet, voor één maand. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, eerste lid, van de wet waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Indien sprake is van een gezin dat bestaat uit drie of meer volwassen personen komen de twee of meer rechthebbenden in aanmerking voor langdurigheidstoeslag die voor hen als gezin zou gelden. De langdurigheidstoeslag wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel