Naar hoofdinhoud

Artikel 27

Verjaring

Onderdeel van Leidraad Invordering gemeente Bronckhorst 2020

Afdeling 4.4.3 van de Awb en artikel 27 van de wet bepaalt dat het recht tot dwanginvordering en het recht tot verrekening verjaren door verloop van vijf jaren: na de aanvang van de dag volgende op die waarop die belastingaanslag geheel invorderbaar is; dan wel - als dit tot een later tijdstip leidt - vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de invorderingsambtenaar de laatste akte van vervolging heeft betekend (stuiting van de verjaring). Het tweede lid van dit artikel bepaalt limitatief in welke gevallen er sprake is van verlenging van de verjaringstermijn (schorsing van de verjaring). Na intreding van de verjaring maakt de invorderingsambtenaar geen gebruik van de mogelijkheid om in te vorderen door middel van een dagvaarding. In aansluiting op artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: versnelde invordering en verjaring; aansprakelijkgestelden en verjaring; stuiting van de verjaring; schorsing van de verjaring; afstand van verjaring; rente en kosten en verjaring; verjaring van belastingteruggaven. Als de invordering is begonnen met toepassing van artikel 10 van de wet begint de verjaringstermijn te lopen op het moment dat de belastingaanslagen onmiddellijk en tot het volle bedrag invorderbaar werden. De oorspronkelijke vervaldag heeft op dat moment voor de verjaring geen belang meer. Een aansprakelijkheidsschuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag ter zake waarvan aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidsvordering. Als de betekening van een dwangbevel uitsluitend plaatsvindt om de verjaring te stuiten, dan licht de invorderingsambtenaar de belastingschuldige in over het doel van de betekening. Deze betekening is kosteloos. Om de verjaring te stuiten kan een dwangbevel meer dan éénmaal worden betekend. Als de invorderingsambtenaar de verjaring van een rechtsvordering tot betaling stuit door een schriftelijke mededeling, maakt hij die schriftelijke mededeling bekend aan de belastingschuldige. Uitstel van betaling voor een gedeelte van de belastingaanslag verlengt de verjaringstermijn voor de gehele belastingaanslag. Van eenmaal verkregen verjaring kan afstand worden gedaan. De invorderingsambtenaar beroept zich echter alleen op afstand van verjaring, als zonder meer duidelijk is dat de belastingschuldige daadwerkelijk bedoelt afstand van de verjaring te doen. De op een belastingaanslag belopen rente en kosten zijn onlosmakelijk met de belastingaanslag verbonden. Als voor een belastingaanslag de verjaring is ingetreden, laat de invorderingsambtenaar dus ook voor de rente en kosten invordering en verrekening achterwege. Na intreding van de verjaring maakt de invorderingsambtenaar geen gebruik van de mogelijkheid om een belastingschuld in te vorderen door middel van een dagvaarding. Voor de verjaring van belastingteruggaven geldt eenzelfde verjaringstermijn als voor belasting-schulden. Na verjaring ontstaat een natuurlijke verbintenis. De invorderingsambtenaar zal een beroep op de verjaring doen, tenzij hij gerede twijfel heeft of de belastingaanslag aan de belastingschuldige is bekendgemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel