Naar hoofdinhoud

Artikel 73

Insolventieprocedures

Onderdeel van Leidraad Invordering gemeente Bronckhorst 2020

In dit artikel is het volgende beleid over insolventieprocedures opgenomen: de algemene uitgangspunten insolventieprocedures; insolventieprocedure en wettelijke schuldsanering; insolventieprocedure en surséance; insolventieprocedure en faillissement; insolventieprocedure en minnelijke schuldsanering; insolventieprocedures en akkoorden; wettelijk breed moratorium. Uiterlijk veertien dagen vóór de verificatievergadering meldt de invorderingsambtenaar zijn vorderingen ter verificatie aan bij de bewindvoerder. Daarbij wordt er van uitgegaan dat belastingschulden die naar tijdvak worden geheven, geacht worden van dag tot dag te ontstaan. De invorderingsambtenaar meldt ook conserverende belastingschulden ter verificatie aan bij de bewindvoerder. Voor het indienen van vorderingen in het faillissement wordt verwezen naar artikel 19.2 van deze leidraad. Aansprakelijkstelling voor belastingaanslagen tijdens zowel het faillissement als tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling is mogelijk. De invorderingsambtenaar ziet er op toe dat de boedelschulden tijdig door de curator worden voldaan. Als belastingschulden die als boedelschulden kunnen worden aangemerkt, ten onrechte niet worden voldaan, wendt de invorderingsambtenaar zich in beginsel eerst tot de curator teneinde informatie te verkrijgen over de toestand van de boedel en zo mogelijk langs minnelijke weg alsnog voldoening te bewerkstelligen. Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing wendt de invorderingsambtenaar zich met zijn grieven tot de rechter-commissaris. In het uiterste geval kan de invorderingsambtenaar rechtstreeks verhaal zoeken op de boedel. Het voorgaande is ook van toepassing bij een wettelijke schuldsaneringsregeling. Bij de invordering van boedelschulden kan de invorderingsambtenaar tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling niet het faillissement van de schuldenaar aanvragen. Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in het faillissement (zie artikel 19.2.2 van deze leidraad). Als de curator een gerechtelijke procedure (niet zijnde de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure) moet aanspannen om een bate voor de boedel te kunnen realiseren, en de aanwezige baten van de boedel niet toereikend zijn om de proceskosten te voldoen, kan de curator bij de invorderingsambtenaar een gemotiveerd verzoek indienen om garantstelling voor het bedrag dat niet uit de boedel kan worden voldaan. Bij de beoordeling van het verzoek neemt de invorderingsambtenaar als uitgangspunt dat: de boedel bij de actie van de curator moet zijn gebaat; de invorderingsambtenaar (een deel van) de in het faillissement ingediende vordering zal kunnen innen. Daarnaast stelt de invorderingsambtenaar de eis dat de schuldeisers - die bij een verdeling van de activa eveneens zullen profiteren van de vermoedelijke opbrengst van de procedure - bereid zijn om naar evenredigheid mee garant te staan voor de proceskosten. Dit geldt ook voor boedelschuldeisers. Als een bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling de invorderingsambtenaar een verzoek om garantstelling doet, treedt de invorderingsambtenaar in overleg met het dagelijks bestuur. Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten. Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten. Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten. Voor uitstel van betaling in relatie tot faillissement en WSNP wordt verwezen naar artikel 25.1.4 en artikel 25.4.4 van deze leidraad. Zie voor kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP artikel 26.1.9 van deze leidraad. Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten. Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten. Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten. Voor de situatie dat een belastingschuldige, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, verzoekt om kwijtschelding van nadien opgekomen belastingschulden die niet zijn aan te merken als boedelschuld, wordt verwezen naar artikel 26.2.17 van deze leidraad. Belastingvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is en voor zover die na de beëindiging op grond van artikel 356, tweede lid, FW onvoldaan zijn gebleven, zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen ongeacht of de vorderingen door de invorderingsambtenaar bij de bewindvoerder zijn aangemeld. Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen en terugvorderingen (ter zake van toeslagen) die betrekking hebben op de periode waarin de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging (met schone lei) van die regeling, zal de invorderingsambtenaar in beginsel afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat: de bewindvoerder de aan de betreffende aanslag of terugvordering voorafgaande voorlopige aanslagen / teruggaven of voorschotten dan wel het ontbreken daarvan voldoende op juistheid heeft getoetst; en de bewindvoerder over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de Gemeente. Belastingteruggaven die zijn vastgesteld nadat de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is geëindigd en die betrekking hebben op een periode vóór de uitspraak van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de invorderingsambtenaar verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. Met betrekking tot belastingteruggaven die betrekking hebben op de periode voor de beëindiging (met schone lei) van de wettelijke schuldsaneringsregeling en die worden vastgesteld na beëindiging van die regeling, geldt het volgende. Teruggaven (na mogelijke verrekening met openstaande schulden) van minder dan € 500 worden uitbetaald aan de belastingschuldige zelf. Indien de belastingteruggave (na mogelijke verrekening met openstaande schulden) € 500 of meer bedraagt, zal de invorderingsambtenaar contact opnemen met de gewezen bewindvoerder om met hem te overleggen of de vereffening moet worden heropend. Ook na beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de invorderingsambtenaar derden nog aansprakelijk stellen voor niet-betaalde belastingaanslagen die als natuurlijke verbintenissen moeten worden aangemerkt. Reeds in gang gezette aansprakelijkheidsprocedures kan de invorderingsambtenaar voortzetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel