Artikel 12 van de wet bepaalt dat de invorderingsambtenaar een dwangbevel kan uitvaardigen als de belastingschuldige in gebreke blijft de belastingaanslag te betalen.
Op grond van dit dwangbevel kan de invorderingsambtenaar overgaan tot invordering van de belastingaanslag.
In aansluiting op artikel 12 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
het onderwerp van het dwangbevel;
tegen wie een dwangbevel wordt verleend.
De invorderingsambtenaar vaardigt een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag vermeld op een aanslagbiljet van voorkomende belastingaanslagen en beschikkingen.
Als een bedrag in termijnen mag worden voldaan, vaardigt de invorderingsambtenaar een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag van de termijnen waarvoor een aanmaning is verzonden.
De invorderingsambtenaar vermindert het bedrag van een dwangbevel met:
de inmiddels gedane betalingen;
verleende verminderingen;
bedragen waarvoor kwijtschelding of uitstel van betaling is verleend.
De invorderingsambtenaar verleent een dwangbevel tegen de belastingschuldige of diens rechtsopvolgers. Als de invorderingsambtenaar het dwangbevel verleent tegen een ander dan de belastingschuldige, moet duidelijk blijken op welke gronden dit gebeurt.
Als de invorderingsambtenaar bekend is met de minderjarigheid of curatele van een belastingschuldige, dan brengt hij dit in het dwangbevel tot uitdrukking. Als de invorderingsambtenaar hiermee niet bekend is, hoeft hij niet vooraf een daarop gericht onderzoek in te stellen.
Als de invorderingsambtenaar een belastingschuld van een overledene moet verhalen op diens onverdeelde nalatenschap, verleent hij één dwangbevel tegen de gezamenlijke erfgenamen.
Als betekening ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene op de voet van artikel 53 Rv niet mogelijk of niet wenselijk is, dan vermeldt de invorderingsambtenaar alle erfgenamen met naam en adres alsmede met hun kwaliteit van erfgenaam van de overleden belastingschuldige in het dwangbevel. De invorderingsambtenaar brengt daarbij echter niet het deel van ieders aansprakelijkheid tot uitdrukking.