Artikel 30 van de wet bepaalt dat de invorderingsambtenaar het bedrag van de betalingskorting en de invorderingsrente vaststelt bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Op deze beschikking is hoofdstuk V van de AWR van toepassing. De invorderingsambtenaar kan geen betalingskorting verlenen van belastingen.
In aansluiting op artikel 30 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
beschikking terug te nemen betalingskorting;
verzoek tot vermindering rente is bezwaar;
betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie;
teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling;
geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting.
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van in rekening gebrachte rente merkt de invorderingsambtenaar aan als een bezwaarschrift.
Als de belastingschuldige in beroep gaat tegen de uitspraak op het bezwaar, handelt de invorderingsambtenaar in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit beroep in belastingzaken 2005, met dien verstande dat de invorderingsambtenaar in een procedure niet dezelfde stukken hoeft over te leggen als de heffingsambtenaar. De invorderingsambtenaar kan zich beperken tot de stukken die in de procedure over de toepassing van de regeling betalingskorting dan wel invorderingsrente relevant zijn.
Het beleid omtrent teruggenomen betalingskorting is niet van toepassing voor gemeenten.
Indiening van een bezwaar- of beroepschrift (in hoger beroep) schort de verplichting om de invorderingsrente te betalen niet op. Als om uitstel van betaling wordt verzocht is het beleid van artikel 25 van deze leidraad en artikel 34 van de regeling van overeenkomstige toepassing.
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
Artikel 30
Beschikking betalingskorting en invorderingsrente
Onderdeel van Leidraad Invordering gemeente Bronckhorst 2020