Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Specifieke eisen

Onderdeel van SUBSIDIEREGELING “PILOT VERBLIJF JEUGD 2020 ZUID- LIMBURG”

Subsidieontvanger werkt zoveel mogelijk met vaste contactpersonen voor de cliënt voor de duur van het traject ter borging van de continuïteit in de hulp/ondersteuning. Subsidieontvanger richt in de regio waarvoor de aanvraag is toegekend 1 leefhuis in. Het leefhuis is een gezinsvervangende woning, in een normale woonwijk. Dit leefhuis is niet omheind. De richtlijn is dat in het leefhuis maximaal 7 jeugdigen verblijven. Indien daaromtrent andere besluiten worden genomen door een leefhuis dient dit zowel met de betreffende gemeentelijke toegang als de projectgroep verblijf vooraf afgestemd te worden. Bij plaatsing van de jeugdige in een leefhuis, zijn nabijheid in de leefomgeving van de jeugdige en groepssamenstelling leidend. Alle jeugdigen behorend tot de doelgroep komen in aanmerking voor deelname aan de pilot zullen niet van de pilot worden uitgesloten, tenzij hiervoor sprake is van zwaarwegende veiligheidsoverwegingen. Jeugdigen van verschillende leeftijden en met verschillende hulpbehoeften kunnen bij elkaar geplaatst worden, tenzij de veiligheid hierdoor in het gedrang zou komen. De juiste expertise dient dan te worden georganiseerd in het leefhuis. Behandeling van de jeugdige vindt waar mogelijk plaats in en om het leefhuis. De jeugdige wordt niet overgeplaatst/doorverwezen naar andere vormen van verblijf of andere aanbieders, tenzij dit noodzakelijk is vanuit het oogpunt van veiligheid of vanuit de specifieke zorgbehoefte van de cliënt. Als een jeugdige uit een leefhuis wordt geplaatst vanwege de veiligheid, verantwoordt u deze keuze aan subsidiegever. De verwijzer (gemeente of Gecertificeerde Instelling) heeft hierbij de procesregie. Alle voor de jeugdige benodigde hulp wordt door Subsidieontvanger integraal ingezet. Daar waar het Subsidieontvanger niet kan voorzien in een specifieke expertise, dient Subsidieontvanger hier zelf een oplossing voor te organiseren, zonder aanspraak te maken op aanvullende arrangementen of vergoedingen vanuit deze subsidieregeling. Het perspectief van de jeugdige is hierin het uitgangspunt. De jeugdige wordt nadrukkelijk betrokken bij de totstandkoming van het plan van aanpak en eventuele wijzigingen daarop. Het model 1Gezin1Plan1Regisseur wordt toegepast voor de jeugdigen in de pilot. De gemeentelijke toegang of Gecertificeerde Instelling heeft hierbij de procesregie. Subsidieontvanger is verantwoordelijk voor de casusregie (inhoudelijk). Subsidieontvanger draagt zorg voor een goede samenwerking met de professionals in de sociale (wijk)teams en andere belanghebbenden. Onder goede samenwerking wordt in ieder geval verstaan onderlinge afstemming tussen eigen personeel van Subsidieontvanger en de professionals in de lokale teams, gecertificeerde instellingen, de huisarts en medisch specialist van de jeugdige, alsook andere ambulante jeugdhulp instellingen. Subsidieontvanger zet zich in voor goede samenwerking met vrijwilligers, mantelzorgers, de omgeving (bijvoorbeeld buurt of wijk) van de jeugdige en uitvoerders van algemene voorzieningen. Subsidieontvanger draagt zorg voor korte lijnen en persoonlijk contact tussen de verschillende jeugdhulpaanbieders die diensten verlenen aan de jeugdige.

Rechtspraak bij dit artikel