In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Awb: de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 1992, 315, zoals nadien gewijzigd);
b. aanvrager: een (rechts-)persoon die op de voorgeschreven wijze een verzoek indient om subsidie te verkrijgen;
c. subsidieontvanger: een (rechts-)persoon waaraan, al dan niet onder voorwaarden en verplichtingen, een subsidie is verleend;
d. nadere regel: een algemeen verbindend voorschrift ter uitwerking van onderdelen van de Algemene Subsidieverordening
e. garantie: een verbintenis zoals bedoeld in artikel 26 van deze verordening.
f. lening: een verbintenis zoals bedoeld in artikel 26 van deze verordening.
g. gelieerde rechtspersoon: hieronder wordt in ieder geval verstaan:
- rechtspersonen waarbij de aanvrager/subsidieontvanger een beslissende invloed heeft op de besteding van middelen en/of invloed heeft op de benoeming van één of meer bestuursleden en/of;
- rechtspersonen die statutaire bepalingen kennen waarin staat omschreven dat bij liquidatie gelden aan de aanvrager/subsidieontvanger kunnen terugvloeien en/of;
- rechtspersonen waarbij in het statuut is bepaald
dat deze (ook) als doel hebben de aanvrager/subsidieontvanger financieel te ondersteunen;
h. jaar: een kalenderjaar, tenzij op basis van deze verordening genomen besluiten is bepaald dat een boekjaar wordt bedoeld;
i. subsidie: dat wat staat in artikel 4:21 van de Awb;
j. subsidieplafond: dat wat staat in artikel 4:22 van de Awb en artikel 4 van deze verordening;
k. het college: het college van burgemeester en wethouders;
l. programmabegroting: de door de gemeenteraad goedgekeurde begroting
m. collegebesluit: besluit van het college van burgemeester en wethouders
n. bestemmingsfonds subsidies: het met subsidiegeld van de gemeente opgebouwd vermogen, zijnde een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Awb.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening (ASV) gemeente Utrecht