1. De subsidieontvanger heeft toestemming van het college nodig voor de in artikel 4:71 eerste lid onder a, b, c, d, i en j van de Awb genoemde handelingen.
2. Het college kan in een besluit tot verlening of in nadere regels bepalen, dat ook toestemming nodig is voor de andere handelingen genoemd in artikel 4:71, eerste lid, van de Awb.
3. Het college kan in nadere regels afdeling 4.2.8 Awb van toepassing verklaren.
4. De subsidieontvanger heeft toestemming van het college nodig voor het binnen tien jaar na realisering daarvan vervreemden, verhuren, met een hypotheek of andere zakelijke rechten bezwaren dan wel geheel of gedeeltelijk onttrekken aan de in de aanvraag omschreven bestemming van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden.
5. Als de subsidieontvanger activa vervreemdt, die mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden, is aan het college een vergoeding verschuldigd ter hoogte van het verschil met de economische waarde.
6. Het college kan in nadere regels of in een besluit afwijken van het eerste tot en met vijfde lid.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
Toepasselijkheid afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening (ASV) gemeente Utrecht