Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Algemene eisen die gelden voor de aanvrager en de activiteiten

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening (ASV) gemeente Utrecht

1. Een subsidie wordt alleen verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid. 2. Het college kan subsidie verstrekken aan (groepen van) natuurlijke personen, die voor de uitoefening van hun werkzaamheden zijn ingeschreven bij de kamer van koophandel, als dit voortvloeit uit de aard van de activiteiten. Het college kan in nadere regels bepalen dat een subsidie kan worden verstrekt aan (groepen van) natuurlijke personen, als dat past bij de aard van de activiteit. 3. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager in ieder geval: a. activiteiten te (gaan) verrichten: 1. die bijdragen aan het bereiken van de effectdoelstellingen van de programmabegroting van de gemeente Utrecht; 2. die geen specifieke politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming beogen of feitelijk betreffen; b. aannemelijk te maken dat de subsidie nodig is om deze activiteiten uit te voeren; c. aan te tonen dat de hoogte van de subsidie passend is voor de uitvoering van de activiteiten en dat de aanvrager voldoende financiële middelen ter beschikking heeft om de activiteiten uit te voeren; d. waar mogelijk de activiteiten af te stemmen op de activiteiten van andere organisaties en samen te werken met andere organisaties; e. te voldoen aan de eisen voor goed bestuur, die gelden voor de subsidieontvanger conform artikel 15, eerste lid; dit is niet van toepassing voor natuurlijke personen; f. te voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen in deze verordening, nadere regels en in het besluit tot verlening. 4. De aanvraag van de subsidie wordt op de voorgeschreven wijze ingediend ter attentie van het college. Uit de aanvraag dient te blijken dat wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in het derde lid van dit artikel. Tenzij het college in nadere regels anders heeft bepaald, gaat de aanvraag vergezeld van het volgende: a. een overzicht van de activiteiten met daarbij een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd en van de doelen die met die activiteiten worden beoogd. b. een financiële onderbouwing van de aanvraag aansluitend op het overzicht van de activiteiten. In deze onderbouwing staat per activiteit opgenomen welke personele en materiele middelen nodig zijn voor de activiteiten. Tevens is het gevraagde subsidiebedrag helder onderbouwd met daarbij - indien van toepassing - een sluitende begroting met daarin alle (overige) inkomsten. c. indien van toepassing: een overzicht van andere subsidieaanvragen ter zake van dezelfde activiteit onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. 5. Het college kan met betrekking tot de in te dienen stukken in nadere regels aanwijzingen geven en modellen voorschrijven. Het college kan in elk geval vragen om bij de aanvraag de volgende documenten in te dienen: a. nadere bewijsstukken, dat de aanvrager voldoet aan de eisen zoals gesteld in het derde lid van dit artikel; b. de statuten; c. een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel; d. een opgave van de rechtspersonen die aan de subsidieontvanger zijn gelieerd en een opgave van de aard van de betrekkingen die deze rechtspersonen met de subsidieontvanger hebben; e. een bewijsstuk aangaande de juistheid van de bankrekening (IBAN) ten name van de aanvrager. 6. De aanvraag voor een subsidie dient voor het begin van de te subsidiëren activiteit worden ingediend, tenzij het college hier in nadere regels van afwijkt. Aanvragen, die niet binnen deze termijn zijn ontvangen, worden afgewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel