De toeslag, bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
De toeslag, bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.