Naar hoofdinhoud
1.. Binnen het subsidieplafond wordt voorrang gegeven aan projecten of activiteiten waarbij meerdere Lelystadse aanbieders van voor- en vroegschoolse educatie betrokken zijn en die vallen binnen de de LEA. 2.. Minimaal 50% van het beschikbare subsidiebudget tot aan het plafond wordt beschikbaar gesteld voor activiteiten die bijdragen aan de taalontwikkeling en ontplooiing van kinderen in de groepen 3 en 4. 3.. Een aanvraag voor subsidie wordt voorts getoetst aan de volgende criteria: in welke mate het project of activiteit bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs op een school en/of scholen; in welke mate ouders en het bedrijfsleven bij het project of activiteit betrokken zijn; in welke mate leerlingen door hun deelname aan het project of activiteit worden voorbereid op deelname aan de samenleving; in welke mate het project de talenten van leerlingen en/of leerkrachten bevordert; in welke mate de resultaten van het project of activiteit zijn gericht op ontwikkeling; in welke mate het project of activiteit vernieuwend is; in welke mate de samenwerking van partijen bijdraagt aan een verbetering van dedoorgaande lijn 0-14 jaar. 4.. De volgorde van subsidieverlening wordt bepaald op basis van de mate waarin een aanvraag voor subsidie tegemoet komt aan de in de leden 1 en 3 gestelde criteria. 5.. Indien aanvragen in gelijke mate aan de leden 1 en 3 gestelde criteria voldoen, vindt de subsidieverlening plaats naar evenredigheid, op basis van het aantal leerlingen dat met het budget wordt bereikt.

Rechtspraak bij dit artikel