**1..** De ouderbijdrage voor de activiteiten in artikel 3 lid 1 onder a en b wordt als volgt berekend:
Ouders betalen voor peuteropvang voor elk uur een inkomensafhankelijke ouderbijdrage aan het kindercentrum. Deze ouderbijdrage is het door het kindercentrum gehanteerde uurtarief minus toelage die een ouder in de rijksregeling zou krijgen.
Ouders betalen voor de voorschoolse educatie voor de 8 uur per week, een inkomensafhankelijke ouderbijdrage als onder a. Voor de overige uren, 8 uur per week, betalen zij geen bijdrage.
**2..** De subsidie voor activiteiten in artikel 3 lid 1 onder a wordt als volgt berekend: Aantal uren bezette kindplaatsen peuteropvang (A) maal het maximum uurtarief (fiscaal maximum) uit de rijksregeling (B) minus de ouderbijdrage (C). A x B - C = subsidie.
**3..** De subsidie voor activiteiten in artikel 3 lid 1 onder b wordt als volgt berekend: Aantal bezette kindplaatsen voorschoolse educatie x 8 uur per week(A) maal het maximum uurtarief uit de rijksregeling (B) minus de ouderbijdrage (C) plus aantal bezette kindplaatsen voorschoolse educatie maal 8 uur per week (D) maal € 9,30. (A x B – C) + (D x 9) = subsidie.
Artikel 7.