De ruimtelijk relevante aspecten worden vertaald in het bestemmingsplan. Voor niet-ruimtelijk relevante aspecten is een vertaling in het bestemmingsplan niet mogelijk. Het stellen van vergaande kwalitatieve eisen aan een gebouw, bijvoorbeeld het materiaalgebruik ten opzichte van de naastgelegen woning, kan niet in een bestemmingsplan worden vastgelegd. In het bestemmingsplan kunnen ruimtelijk relevante eisen gesteld worden zoals ten aanzien van gebruik, volume, ligging, hoogte, breedte, dakhelling, nokrichting, landschappelijke inpassing, materialisering. Voor gebieden met een planmatige functieverandering, zoals nieuwe woon- en werkgebieden en herontwikkelingsgebieden kan een beeldkwaliteit plan worden opgesteld. De reikwijdte van een beeldkwaliteitsplan betreft niet alleen de beeldkwaliteit van de bebouwing, maar kan ook een kader stellen voor de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en landschap. Wanneer een dergelijk beeldkwaliteitsplan wenselijk is, dient deze als onderdeel van het bestemmingsplan vastgesteld te worden.
Een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt naast de technische eisen in het bouwbesluit en de bouwverordening, getoetst aan redelijke eisen van welstand en aan de bouwvoorschriften in het bestemmingsplan. Wanneer sprake is van gebieden waarvoor geen welstandscriteria gelden blijft het bestemmingsplan als ruimtelijk toetsingskader over. Het bestemmingsplan is een formeel en juridisch ‘bindend’ kader.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3.
Welstand en het bestemmingsplan
Onderdeel van Welstandsnota gemeente Molenlanden 2019