Naar hoofdinhoud
Bij de oprichting van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) is reeds de bestuurlijke wens geuit om in het gebied tot een gelijk speelveld te komen (level playing field) voor burgers en bedrijven, met een uniform uitvoeringsniveau. Deze wens sluit aan op de verplichting uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dat alle gemeenten en provincies beleid moeten voeren voor hun regionale taken in het omgevingsrecht. Voorheen werd dit beleid ‘ieder voor zich’ vastgesteld door de individuele colleges van de gemeenten en de provincie. Door een wetswijziging is nu sprake van een verplichting tot gezamenlijke beleidsvorming voor de regionale taken voor de vergunningverlening en voor toezicht- en handhavingstaken (VTH) die door de OD NZKG worden uitgevoerd. Artikel 7.2 lid 2 Besluit Omgevingsrecht (Bor). De bestuursorganen […] die deelnemen in een omgevingsdienst dragen er gezamenlijk zorg voor dat een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid voor de taken, bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, wordt vastgesteld in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten daartoe door de omgevingsdienst worden uitgevoerd en stemmen dit, indien nodig, gezamenlijk af met andere bestuursorganen en met de organen die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving. Het handhavingsbeleid wordt vastgesteld in overeenstemming met het Openbaar Ministerie. De OD NZKG heeft dit regionale beleid voorbereid, in samenspraak met de deelnemers, met als streven: Duidelijk maken wat de bijdrage van VTH is aan het realiseren van de regionale ambitie: een schone, veilige, duurzame en gezonde leefomgeving in het Noordzeekanaalgebied en daarbuiten. Voldoen aan de eisen van het Bor met betrekking tot het voeren van één gezamenlijk uitvoerings- en handhavingsbeleid voor de regionale basistaken, inclusief de borging van de verplichte procescriteria van de beleidscyclus. De wetgever beoogt dat op regionaal niveau de beleidscyclus en de daarbij behorende kwaliteit van uitvoering geborgd worden, maar ook dat deelnemers in gezamenlijkheid de koers aangeven hoe de omgevingsdienst te werk gaat binnen de doelen en opgaven van de gemeenten en provincies van het betreffende samenwerkingsgebied. Daar waar mogelijk een beter gelijk speelveld voor burgers en ondernemers creëren binnen het werkgebied van de OD NZKG met betrekking tot de wijze waarop de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor onderdelen van het omgevingsrecht worden toegepast. Gezamenlijk beleid voeren op onderwerpen waarvan alle deelnemers het belangrijk vinden om samen vorm te geven aan beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, dit met een uniforme prioriteitstelling. Een agenda bieden voor de verbetering en optimalisatie van dit VTH-beleid, mede gelet op ontwikkelingen zoals de Omgevingswet. Een belangrijk onderwerp op deze agenda is de doorontwikkeling van de probleem- en risicobenadering (zie hoofdstuk 4 van dit VTH-beleid) in relatie tot het bestuurlijk referentiekader en met een verbetering van de formulering van inhoudelijke doelen die over een periode van vier jaar behaald zouden moeten zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel