Naar hoofdinhoud
Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van de leefomgeving. Dat betreft zowel de realisatie van doelen met die omgeving als het beschermen van kwetsbare belangen. Op basis van deze zorg worden op strategisch niveau beleidsdoelen vastgesteld en wordt bepaald wat de strategieën zijn om die doelen met VTH na te streven. Dat vereist een degelijke periodieke analyse van de fysieke leefomgeving en met name van hetgeen zich in deze fysieke omgeving afspeelt in relatie tot de bestuurlijke ambities, de naleefrisico’s bij doelgroepen en de toepassingsmogelijkheden en effectiviteit van het VTH-instrumentarium. Op die basis ontstaat een beeld van de doelen en opgaven waarvoor het VTH-instrumentarium kan worden ingezet. De bestuursorganen zijn eindverantwoordelijk voor de uitvoering van het VTH-beleid en kunnen als opdrachtgever eisen stellen aan de OD NZKG, in zowel de kwaliteitsverordeningen, de VTH-uitvoeringsprogramma’s (VTHUP’s) en de uitvoeringsovereenkomsten die jaarlijks worden overeengekomen. Het is denkbaar dat een bestuursorgaan tot de conclusie komt dat het in specifieke situaties onevenredig of ondoelmatig is om conform dit VTH-beleid te handelen, in verhouding tot de beoogde doelen. In dergelijke situaties kunnen en mogen Gedeputeerde Staten of het college van Burgemeester en Wethouders gemotiveerd van het regionale beleid afwijken.

Rechtspraak bij dit artikel