Naar hoofdinhoud
Het referentiekader bestaat in essentie uit vijf elementen, waarmee op regionale schaal vanuit bestuurlijk perspectief richting wordt gegeven aan het richten, inrichten en verrichten van de regionale VTH-taken. 1. Beleids-sensitief werken Beleidssensitief werken is niet louter taak- of regelgericht; er wordt opgavegericht gedacht en gewerkt met oog voor de belangen in de omgeving. Beleid moet doordacht samenhangen met het optreden in de uitvoeringspraktijk van VTH, en andersom geldt hetzelfde. Om deze samenhang te creëren en te borgen, worden VTH-taken beleidssensitief georganiseerd en uitgevoerd. 2. Preventie Voorkomen is beter dan genezen. Dat betekent dat primair wordt ingezet op preventie, met als doel de spontane naleving van wet- en regelgeving door burgers, bedrijven en instellingen te vergroten. De inzet van VTH is bij voorkeur gericht op het waarmaken van eigen verantwoordelijkheid, maar waar nodig is sprake van interventie en correctie met een intensiteit die proportioneel en effectief is. 3. Informatie gestuurd werken De toepassing van het omgevingsrecht is informatie-intensief; er is voortdurend sprake is van het vergaren, uitwisselen en toetsen van data over de fysieke situatie, de belangen en de kaders, ook met oog voor onzekerheden en nieuwe ontwikkelingen. De OD NZKG voorziet in kennis, kunde en informatie over de fysieke leefomgeving en zij levert vanuit die positie een belangrijke bijdrage aan de correcte toepassing van het omgevingsrecht, zodat activiteiten en ontwikkelingen mogelijk kunnen zijn binnen de relevante juridische, technische en beleidsmatige kaders. De OD NZKG streeft ernaar om op basis van haar expertise en databeheer een verbindende partner te zijn. 4. Typologie van situaties Het bestuur is eraan gehouden om gelijke situaties zoveel mogelijk gelijk te behandelen, maar ook om oog te hebben voor de bijzonderheden van situaties. Dat lijkt een tegenstrijdige opgave, maar deze eenheid en verscheidenheid is te organiseren door onderscheid te maken tussen standaardsituaties, complexe gevallen en unieke opgaven. Tussen de types kan de strategie verschillen, binnen het type wordt een uniforme aanpak gevolgd. Het onderscheidend criterium is de dynamiek in de omstandigheden, die relevant is om een geval te onderscheiden van andere gevallen. Het gevolg van de toepassing van typologieën van situaties is dat vergelijkbare situaties zoveel mogelijk op gelijke wijze worden afgehandeld: willekeur en rechtsongelijkheid wordt voorkomen en het proces is voorspelbaar. Tegelijkertijd wordt voldaan aan het vereiste van evenredige belangenafweging in de context van individuele gevallen. Er worden drie typen onderscheiden: Type 1: Standaardsituaties. Dit type kenmerkt zich door een vooraf programmeerbaar verloop van de beleidscyclus voor een grotere groep van gelijksoortige gevallen. De OD NZKG werkt voor de standaardsituaties zoveel mogelijk langs standaard werkprocessen en procedures. Het is mogelijk om te sturen op het doelbereik, bijvoorbeeld door te werken met controlefrequenties en algemene regels zonder (veel) variatie. De verwachting is dat de werking van de big-8 cyclus voor dit type situaties opgaat voor het grootste deel van de werkvoorraad. Type 2: Complexe gevallen. Dit type kenmerkt zich door een grilliger verloop van de uitvoering van de beleidscyclus in termen van doelbereik, benodigde inzet van kennis, capaciteit en informatie en invloed van de betrokken stakeholders. De aanpak moet per situatie bekeken worden. De verwachting is dat de werking van de big-8 cyclus voor dit type situaties opgaat voor een smaldeel van de werkvoorraad. Type 3: Unieke opgaven. Dit type kenmerkt zich door veel maatwerk en intensieve afstemming ten aanzien van de doelen en in te zetten middelen. De verwachting is dat de werking van de big-8 cyclus voor dit type situaties opgaat voor uitzonderlijke gevallen binnen de werkvoorraad. 5. Samenwerking De competenties zijn in het omgevingsrecht en –beleid verdeeld over meerdere bestuursorganen en uitvoeringsorganisaties: het vereist samenwerking om tot een samenhangende, informatie gestuurde benadering van beleidsopgaven te komen. Maar samenwerking is ook noodzakelijk vanwege het streven naar een effectieve aanpak van situaties, het bevorderen van een gelijk speelveld en om de dienstverlening efficiënt in te richten.

Rechtspraak bij dit artikel