Ingeval van afwezigheid van de mandaatontvangers worden de verleende bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervangers, zoals opgenomen in artikel 6 van de Organisatieregeling 2017 en het daarbij behorende Vervangingsbesluit 2017, tenzij anders bepaald in de Mandaatregeling.
Indien een bevoegdheid is uitgeoefend door een plaatsvervanger dient dit in de ondertekening tot uitdrukking te worden gebracht door gebruikmaking van het woord “plaatsvervangend” gevolgd door de eigen naam en functie.