**1..** De cliënt komt niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ten behoeve van het wonen:
indien de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt tot renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld;
voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of woonruimten betreft bij een specifiek op cliënten met een beperking gericht te renoveren of nieuw te bouwen woongebouw, waarbij de aanpassingen redelijkerwijs meegenomen kunnen worden;
indien de noodzaak van de maatwerkvoorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij zelfredzaamheid en/of participatie;
indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming is verleend door college;
indien de cliënt niet zijn hoofdverblijf in de woning ten behoeve waarvan de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd.
**2..** Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning en het zich verplaatsen in de woning hanteert het college het primaat van verhuizen.
**3..** Het primaat van verhuizen, zoals bedoeld in het tweede lid, en het verstrekken van de goedkoopst passende maatwerkvoorziening, zoals bedoeld in artikel 8 lid 3, worden niet toegepast indien:
de kosten van de noodzakelijke woningaanpassingen minder bedragen dan € 4.000,00 of
voor het te bereiken resultaat een traplift noodzakelijk is waardoor de kosten boven de grens van € 4.000,00 uit komen en daarnaast maximaal eventueel een douchezitje en drempelhulpen.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Criteria maatwerkvoorziening ten behoeve van wonen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar