**1..** De hoogte van een persoonsgebonden budget bedraagt nooit meer dan de werkelijke kosten.
**2..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en reparatie.
**3..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor onderhoud en reparatie bedraagt:
per jaar voor trapliften € 160,69 voor onderhoud en maximaal € 600,- voor reparaties;
bij overige woningaanpassingen of woonvoorzieningen 4,4% van het persoonsgebonden budget voor de woningaanpassing of de woonvoorziening en wordt uitbetaald nadat een factuur of offerte is ingeleverd;
per jaar 5,6% voor niet-elektrische rolstoelen of vervoersvoorzieningen, 4,4% voor elektrische rolstoelen of elektrische vervoersvoorzieningen voor volwassenen en 7,8% voor elektrische rolstoelen of vervoersvoorzieningen voor kinderen van het persoonsgebonden budget voor de voorziening en wordt uitbetaald nadat een factuur of offerte is ingeleverd.
Indien van toepassing wordt dit bedrag verhoogd met € 62,40 per jaar voor WA-verzekering voor elektrische voorzieningen.
**4..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor:
het vervoer per eigen auto is per kilometer gelijk aan het in artikel 13a, lid 4, onder b Wet op de loonbelasting genoemde bedrag;
een autoaanpassing bedraagt maximaal € 6.065,63 per zeven jaar en wordt alleen verstrekt onder de volgende voorwaarden:
de cliënt is in het bezit van een eigen auto en is de bestuurder;
de cliënt is aangewezen op een vervoersvoorziening voor de korte én middellange afstand;
er wordt naast het persoonsgebonden budget voor de autoaanpassing geen andere vervoersvoorzieningen verstrekt voor de korte en middellange afstand;
alleen de door het CBR vastgestelde noodzakelijke aanpassingen komen tot genoemd maximum voor vergoeding in aanmerking, met uitzondering van algemeen gebruikelijke aanpassingen, zoals bijvoorbeeld een automaat;
uitbetaling vindt plaats binnen twaalf maanden na de verzenddatum van de toekenningsbeschikking, na inlevering van de facturen en een kopie van de noodzakelijke aanpassingen zoals vastgesteld door het CBR en van het nieuwe rijbewijs.
verhuiskosten bedraagt maximaal € 4.000,00;
een woningaanpassing in plaats van verhuiskosten bedraagt maximaal € 4.000,00. In plaats van een persoonsgebonden budget voor verhuiskosten zoals genoemd onder c, kan een persoonsgebonden budget als tegemoetkoming in de kosten van woningaanpassing worden verstrekt ter hoogte van de verhuiskosten op voorwaarde dat hiermee een adequate aanpassing in de huidige woning wordt gerealiseerd conform een door het college opgesteld programma van eisen;
een woningsanering of vervanging van de vloerbedekking in verband met rolstoelgebruik wordt bepaald aan de hand van de afschrijvingstermijn van de noodzakelijk te vervangen vloerbedekking en gordijnen in woonkamer en slaapkamer en bedraagt het volgende percentage van de kosten:
100% indien het artikel nieuwer is dan twee jaar;
75% indien het artikel tussen de twee en vier jaar oud is;
50% indien het artikel tussen de vier en zes jaar oud is;
25% indien het artikel tussen de zes en acht jaar oud is.
indien de te vervangen zaken ouder zijn dan 8 jaar wordt er geen voorziening verstrekt.
aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.010,67 voor een periode van in ieder geval 3 jaar;
het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal € 4.000,00 en wordt eenmalig verstrekt.
**5..** Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp bedraagt € 15,00 per uur.
**6..** Het persoonsgebonden budget voor individuele begeleiding bedraagt € 32,26 per uur.
**7..** Het persoonsgebonden budget voor begeleiding groep bedraagt € 29,00 per dagdeel.
**8..** Het persoonsgebonden budget voor persoonlijke verzorging bedraagt € 27,01 per uur.
**9..** Het persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf is gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura.
**10..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen wordt bepaald op het laagst toepasselijke tarief waarvoor deze voorziening in natura is gecontracteerd, minus de hotelmatige kosten en huisvestingskosten, minus 15 procent;
**11..** Het persoonsgebonden budget voor respijtzorg is gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura en wordt alleen verstrekt als er sprake is van (dreigende) overbelasting van de mantelzorger met in principe een maximum van 15 etmalen per jaar.
**12..** In afwijking van het zesde lid is de hoogte van een persoonsgebonden budget voor individuele begeleiding door een persoon uit het sociaal netwerk van de cliënt per uur gelijk aan het in artikel 5.22, eerste lid Regeling langdurige zorg genoemde bedrag.
**13..** In afwijking van het zevende en negende lid is de hoogte van een persoonsgebonden budget voor begeleiding groep en kortdurend verblijf, indien deze wordt geboden door een persoon uit het sociaal netwerk, gelijk aan de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan worden volstaan met een lager persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
Hoogte van het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar