Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 21

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar

1.. Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 2.. Als het college een beslissing op grond van artikel 2.3.10, eerste lid, onder a van de wet heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. 3.. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 4.. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 5.. De cliënt, die (mede)eigenaar is van een woning, aan wie krachtens deze of een eerdere verordening een woonvoorziening is toegekend die leidt tot waardestijging van de woning: dient bij verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de maatwerkvoorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden; de onder a bedoelde eigenaar dient bij verkoop van de woning binnen 10 jaar na de aanpassing de kosten van de woonvoorziening, minus de afschrijvingskosten en eigen bijdrage dan wel eigen aandeel in de kosten, terug te betalen aan de gemeente Zevenaar, indien de aanpassing heeft geleid tot waardevermeerdering van de woning; het college stelt in het Besluit nadere regels voor de in dit lid bedoelde terugbetaling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel