Naar hoofdinhoud
Aan de regel voor de omgang met hemelwater en grondwater zo duurzaam mogelijk wordt ondervangen, wordt voldaan indien: voldoende maatregelen zijn getroffen om hemelwater en grondwater vast te houden voor droge en warme periodes; hemelwater vertraagd wordt afgevoerd om een piekafvoer te voorkomen; waterschade aan panden en wateroverlast voor bewoners wordt voorkomen; geen stilstaand water blijft staan waarin bijvoorbeeld muggenlarven zich kunnen ontwikkelen; overtollig hemelwater voldoende kan worden afgevoerd naar de bodem (grondwater) of rechtstreeks naar oppervlaktewater; overtollig grondwater kan worden afgevoerd naar oppervlaktewater; er geen probleemafwenteling plaatsvindt vanwege de afvoer van water naar naastgelegen percelen; er waterdoorlatende verharding wordt toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel