Naar hoofdinhoud
De gemeente subsidieert het uitvoeren van peuterprogramma’s t.b.v. Peuterarrangementen en VE-aanbod op basis van kindgebonden subsidie (bijlage 2). Het definitieve subsidiebedrag voor Peuterarrangement (PA) wordt berekend per kindplaats per jaar en is gebaseerd op de landelijk vastgestelde maximum uurprijs dagopvang voor de kinderopvangtoeslag zoals vastgesteld door het Rijk. een door het college vastgestelde toeslag van € 200,- naar rato van de geplaatste periode wegens de administratieve lasten. het aantal kindplaatsen per jaar dat daadwerkelijk is bezet door peuters. het uurtarief dat in het betreffende kalenderjaar door de gemeente gehanteerd wordt, onder aftrek van de ontvangen ouderbijdrage (zie bijlage 2). Zie bijlage 3 van deze regeling voor een overzicht van de wijze waarop de subsidie wordt berekend. Het definitieve subsidiebedrag voor Voorschoolse Educatie (VE) wordt berekend per kindplaats per jaar en is gebaseerd op de landelijk vastgestelde maximum uurprijs dagopvang voor de kinderopvangtoeslag zoals vastgesteld door het Rijk. een jaarlijks door het college vastgestelde opslag van € 1,00 per uur wegens de kwaliteitseisen voorschoolse educatie. het aantal kindplaatsen per jaar dat daadwerkelijk is bezet door peuters. het uurtarief dat in het betreffende kalenderjaar door de gemeente gehanteerd wordt, onder aftrek van de ontvangen ouderbijdrage (zie bijlage 2). het gegeven of ouders al dan niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Zie bijlage 3 van deze regeling voor een overzicht van de wijze waarop de subsidie wordt berekend. De gemeente hanteert voor het uitvoeren van Peuterarrangementen en Voorschoolse educatie een all-in subsidieprijs. Hiervoor voorziet de aanbieder van peuteropvang onder andere in de betaling van loonkosten van al het uitvoerend en coördinerend personeel, inclusief directie, bij- en nascholing, vervangings- en verletkosten bij ziekte, verkrijgen ouderverklaring, afhandeling ouderbijdrage, uitvoeren van afspraken rond controleren van recht op subsidie individuele peuter, zelfevaluatie, huisvesting en overhead. Voor VE-geïndiceerde peuterprogramma’s komen hier nog bij: intake, warme overdracht, observaties, (cito-)toetsen, oudergesprekken, differentiatie, begeleiding, voorbereidings- en tutor-/mentortijd, organisatie van ouderactiviteiten ten behoeve van ouderparticipatie, lokaal VVE- en koppeloverleg en delen gegevens in het kader van resultaatafspraken VVE. Indien bij bepaling van de overheid nieuwe taken aan het peuterprogramma worden toegevoegd kan dit leiden tot bijstelling van het tarief.

Rechtspraak bij dit artikel