Naar hoofdinhoud
1.. Op de verantwoording van subsidies op grond van deze regeling zijn artikelen 11, 14, 15 en 16 van de ASV Utrechtse heuvelrug van toepassing. 2.. Onverminderd het bepaalde in de in het vorige lid genoemde artikelen van de ASV Utrechtse heuvelrug gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een overzicht van het aantal bezette peuterplaatsen, waarbij gespecificeerd wordt of de peuterplaats wordt benut voor opvang van peuters met VE indicatie; of de peuterplaats wordt benut voor opvang van peuters waarvan de ouders wel of geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; en de opbrengsten van de in artikel 4 lid onder h genoemde doelstellingen; en de verdeling van de ouders over de inkomensgroepen. 3.. Daarnaast beschikt de subsidieontvanger over de volgende bewijsstukken in zijn eigen administratie: Van alle VE peuters een indicatieformulier van het consultatiebureau; Van alle ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag een ondertekende ouderverklaring en een IB-60 verklaring van de Belastingdienst; Een gedagtekende offerte of overeenkomst tussen de houder van het geregistreerde kindercentrum en de ouder van het kind. 4.. Het college kan de gegevens bedoeld in het derde lid bij de ontvanger opvragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel