De kredietovereenkomst wordt aangegaan bij een door alle partijen ondertekende onderhandse akte.
De kredietbank verstrekt een door de kredietbank ondertekend afschrift van de kredietovereenkomst aan de kredietnemer.
De kredietbank wint in het belang van de kredietnemer voorafgaande aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst informatie in over de financiële positie van de kredietnemer en beoordeelt, ter voorkoming van overkreditering van de kredietnemer, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.
De kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een kredietnemer, indien dit met het oog op het voorkomen van overkreditering van de kredietnemer, onverantwoord is.
De artikelen 59 lid 1, 60 lid 1 en 61 lid 1 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.