Naar hoofdinhoud
1.. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. 2.. De vergaderingen van de raadscommissie zijn openbaar tenzij de deuren worden gesloten. 3.. De deuren worden gesloten wanneer: de voorzitter van de raadscommissie het nodig oordeelt, of wanneer tenminste een vijfde van het aantal aanwezige commissieleden daarom verzoekt. In beide gevallen moet het voorstel om de deuren te sluiten in het openbare deel van de commissievergadering worden gedaan. 4.. Indien de deuren worden gesloten, dienen alle personen die geen lid zijn van de commissie op verzoek van de voorzitter de vergaderruimte te verlaten. Dat betreft dan in ieder geval al het aanwezige publiek en de pers. Aanwezige ambtenaren en collegeleden kunnen blijven, voorzover de commissie dit wenselijk of noodzakelijk acht, dan wel daar geen bezwaar tegen heeft. Anders moeten ook zij de vergaderruimte verlaten. 5.. Als de deuren eenmaal gesloten zijn, dient de commissie eerst te besluiten of zij in beslotenheid verder wenst te vergaderen. Zo niet dan wordt de vergadering weer in openbaarheid voortgezet. 6.. Als in beslotenheid wordt vergaderd ziet de commissiegriffier erop toe dat omtrent het in de besloten vergadering behandelde en eventueel omtrent de inhoud van stukken een besluit wordt genomen over het al dan niet opleggen van geheimhouding.

Rechtspraak bij dit artikel