Een dienstverlenend schip of een werkschip dat in een petroleumhaven verblijft, heeft:
een scheepsromp die volledig uit onbrandbaar materiaal bestaat;
tijdens het verblijf in de petroleumhaven/oliehaven een in werking zijnde marifooninstallatie, waarop voortdurend op het betreffende VHF havenkanaal wordt uitgeluisterd;
een elektrische installatie die voldoet aan minimaal de voorschriften overeenkomstig Atex zone 2 van Richtlijn 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999, dan wel zoals nadien gewijzigd;
indien aanwezig, een verblijfsruimte, stuurhuis, machinekamer of controleruimte die voldoende bescherming biedt tegen het binnendringen van gevaarlijke gassen en dampen;
indien aanwezig, een verwarming-, kook- of koeltoestel dat werkt op elektriciteit of een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger dan wel zijn deze toestellen uitgeschakeld, en;
een afgeschermde motor die niet als ontstekingsbron kan dienen.
Artikel 5.8
Bouw- en uitrustingsvoorschriften dienstverlenend- of werkschip
Onderdeel van Havenverordening Papendrecht 2020