Een schip mag geen voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven gebruiken als:
het aan de grond zit;
het gemeerd, ten anker of op spudpalen ligt;
de voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven worden gebruikt om het schip tegen de kade of de oever aan te drukken, anders dan onmiddellijk voor het ontmeren of afmeren, of;
dit schade kan toebrengen aan de infrastructuur.
Wat in het eerste lid, onder b, staat, geldt niet als het schip aan een ander schip gemeerd ligt en moet bij- of afdraaien ter voorkoming van schade.
Als de voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven van een schip in werking zijn, is een persoon die met het schip mag varen in de stuurhut aanwezig.
Wat in het derde lid staat, geldt niet als het schip:
afmeert of ontmeert;
een lengte van maximaal 35 meter heeft;
op grond van het vereiste geldige certificaat, als bedoeld in de Binnenvaartwet, met één bemanningslid mag varen, en;
één bemanningslid, zijnde de schipper, heeft, die als enige aan boord is.
Artikel 3.6
Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven
Onderdeel van Havenverordening Papendrecht 2020