Een tankschip mag haar ladingtanks of sloptanks leeg van de volgende stoffen alleen gesloten schoonmaken:
een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code vervoerd moetworden in een tank met een aansluitmogelijkheid voor een dampretourleiding;
een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge het ADN gesloten vervoerdmoet worden;
een vloeistof als bedoeld in bijlage 1, of;
een vluchtige organische stof.
Ladingtanks of sloptanks van een tankschip, leeg van andere stoffen als bedoeld inhet eerste lid mogen open worden schoongemaakt op de daartoe door dehavenmeester aangewezen locaties.
Ladingtanks van een tankschip dat vloeibare gassen als bedoeld in het ADN of de IGC-code vervoert mogen alleen worden schoongemaakt als het schip op de ligplaats ligt:
op een locatie waar deze schoonmaakactiviteiten zijn toegestaan, en;
op deze locatie de restanten van de vloeibare gassen in ontvangst neemt.
Het ventileren van ladingtanks of sloptanks van een tankschip, is alleen toegestaanop de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties.
Wat in het tweede en in het vierde lid staat, geldt niet voor op stoffen die zijngenoemd in bijlage 1.
Het college kan regels stellen omtrent het beperken of verbieden van schoonmaken of ventileren buiten inrichtingen indien de atmosferische of plaatselijke omstandigheden zodanig zijn dat door het vrijkomen van de betrokken stoffen gevaar, schade, stankhinder of hinder ontstaat of kan ontstaan.
Voorafgaand aan het schoonmaken of ventileren wordt een melding gedaan aan de havenmeester.
Artikel 4.11
Schoonmaken en ventileren van ladingtanks of sloptanks van tankschepen
Onderdeel van Havenverordening Papendrecht 2020