Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019

In deze verordening wordt verstaan onder: bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van de woonboot als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, loopbrug, loopplank, vlonder, vlot, steiger, ponton en afhouder; bijboot: een vaartuig dat behoort bij een woonboot en daaraan ondergeschikt is en dat hoofdzakelijk bestemd of geschikt is voor het kunnen bereiken van de woonboot en het plegen van onderhoud aan de woonboot. Op een bijboot mag niet worden gewoond. leegstand: de situatie waarbij een woonboot langer dan 12 maanden aaneensluitende niet of nagenoeg niet is bewoond; ligplaats: een gedeelte van het openbaar water bestemd om door een woonboot met bijbehorende voorzieningen, te worden ingenomen; ligplaatskaart: van deze verordening deel uitmakende bijlage, houdende een kaart waarop de zones en de ligplaatsen in het openbaar vaarwater zijn gemarkeerd waarbinnen een woonboot met bijbehorende voorzieningen ligplaats kan innemen; ligplaatsvergunning: de ingevolge deze verordening vereiste vergunning om een ligplaats in te nemen in het openbaar water van de Zuid-Willemsvaart; openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; rechtverkrijgende: de verkrijger onder bijzondere of algemene titel van de woonboot; vaartuig: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvend werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en pontons; woonboot: een vaartuig, tevens een gebouw te water, dat hoofdzakelijk is ingericht als of is bestemd tot woonverblijf voor één huishouden. Hieronder worden verstaan: woonschip: een woonboot met een scheepsromp, die herkenbaar is als een van origine varend schip; woonark: een woonboot, niet zijnde een woonschip; een woonark heeft van origine nooit gevaren

Rechtspraak bij dit artikel