Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Intrekken ligplaatsvergunning

Onderdeel van Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019

Burgemeester en wethouders kan een ligplaatsvergunning intrekken, indien: zich alsnog een van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 5 voordoet, tenzij deze zijn vergund of ontheven op grond van de Woonbotenverordening uit 2007; de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend; de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; strijd ontstaat met redelijke eisen van welstand als genoemd in de gemeentelijke welstandsnota; sprake is van leegstand; de woonboot waarop de vergunning betrekking heeft gedurende een periode van 6 maanden of langer niet op de ligplaats aanwezig is; op de ligplaats bijbehorende voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn vermeld in de ligplaatsvergunning; de woonboot waarop de vergunning betrekking heeft een gevaar vormt voor de omgeving of de volksgezondheid; strijd bestaat met het belang van de openbare orde, veiligheid of milieuhygiëne; strijd bestaat met het belang van doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water; strijd bestaat met het belang van het beheer en onderhoud van het openbaar water; sprake is van een verzoek van de houder van de ligplaatsvergunning; sprake is van overlast vanuit de woonboot of vanaf de bijbehorende oever waardoor ernstige inbreuk wordt gemaakt op het woongenot of leefklimaat van de omwonenden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel