Burgemeester en wethouders kan een ligplaatsvergunning intrekken, indien:
zich alsnog een van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 5 voordoet, tenzij deze zijn vergund of ontheven op grond van de Woonbotenverordening uit 2007;
de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend;
de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;
niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften;
strijd ontstaat met redelijke eisen van welstand als genoemd in de gemeentelijke welstandsnota;
sprake is van leegstand;
de woonboot waarop de vergunning betrekking heeft gedurende een periode van 6 maanden of langer niet op de ligplaats aanwezig is;
op de ligplaats bijbehorende voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn vermeld in de ligplaatsvergunning;
de woonboot waarop de vergunning betrekking heeft een gevaar vormt voor de omgeving of de volksgezondheid;
strijd bestaat met het belang van de openbare orde, veiligheid of milieuhygiëne;
strijd bestaat met het belang van doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water;
strijd bestaat met het belang van het beheer en onderhoud van het openbaar water;
sprake is van een verzoek van de houder van de ligplaatsvergunning;
sprake is van overlast vanuit de woonboot of vanaf de bijbehorende oever waardoor ernstige inbreuk wordt gemaakt op het woongenot of leefklimaat van de omwonenden.
Artikel 10
Intrekken ligplaatsvergunning
Onderdeel van Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019