Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Op het tijdstip als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, vervalt de "Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2007”, vastgesteld bij Raadsbesluit van datum 27 maart 2007/raadsstuk, volgnummer 23-2007).
Deze verordening wordt aangehaald als: “Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019”.
Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 8 oktober 2019.
de griffier,
J.L.L. Goossens.
de voorzitter,
J.M. Penn-te Strake
Toelichting
Algemeen
In de artikelen 5.1 tot en met 5.5 van de Verordening fysieke leefomgeving Maastricht en in de artikelen 5.3 tot en met 5.6 van de Algemene plaatselijke verordening Maastricht, zijn regels opgenomen over het openbare water. In artikel 5.3, eerste lid, van de Verordening fysieke leefomgeving Maastricht, staat dat het verboden is om in Maastricht in door het college van burgemeester en wethouders aangewezen wateren met een vaartuig een ligplaats in te nemen.
In deze Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart zijn regels vastgelegd over het gebruik van het openbaar water in de Zuid-Willemsvaart van de gemeente Maastricht met een woonboot. De verordening geeft verschillende regels om dit gebruik in goede banen te leiden.
In 2007 is een Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2007 opgesteld en van kracht geworden. In 2007 is een geheel nieuwe verordening opgesteld omdat toen het beheer van dat deel van de Zuid-Willemsvaart en het eigendom in handen kwam van de gemeente. De Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019 vervangt de verordening uit 2007. De wijzigingen zijn aangebracht ten aanzien van:
de afmeting van de woonboten,
de volgorde van de artikelen,
aanpassingen in verband met de inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Onder c: Bijboot
In uitzonderingssituaties kan een woonboot worden bereikt met een bijboot. In principe is de woonboot rechtstreeks via de loopplank of loopbrug bereikbaar. Onder uitzonderingssituaties waarbij de bijboot wordt gebruikt om de woonboot te bereiken wordt bijvoorbeeld verstaan het onderhoud/repareren van de loopplank of in geval van hoogwater. Een uitzonderingssituatie is kort van duur en afgebakend in tijd en komt zelden voor.
Onder d: leegstand
De periode van 12 maanden wordt niet onderbroken, indien de woonboot slechts een korte tijd wordt bewoond en waarbij de kortstondige bewoning slechts plaatsvindt met de bedoeling de genoemde termijn te onderbreken.
Onder l: woonboot:
In de Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2007 werd gesproken over een woonschip en een voormalig beroepsvaartuig. In de Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019 is een definitie opgenomen van een woonboot. Woonboot is een verzamelnaam en kan een woonschip betekenen of een woonark of andere drijvende objecten. Een voormalig beroepsvaartuig valt onder de definitie van een woonschip. Voor alle soorten gelden dezelfde regels met uitzondering van de maximaal toegestane afmeting.
Voor het overige spreekt het artikel voor zich.
Artikel 5 Weigeringgronden
a. Sinds 1 januari 2018 is wettelijk geregeld dat er een woonboot wordt gezien als een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. Als deze vergunning vereist is en niet is verstrekt, kan geen ligplaatsvergunning worden verleend.
h. Er is sprake van strijd met redelijke eisen van welstand als de buitenkant van de betreffende woonboot aan ernstig achterstallig onderhoud lijdt, zoals de overmatige aanwezigheid van roestplekken, afgebladderde verf, groene aanslag, rottend houtwerk.
Artikel 7 Overdragen ligplaatsvergunning
Bij overdracht van de vergunning verandert er niets aan de feitelijke situatie. De woonboot verandert enkel van eigenaar.
Artikel 15 Overgangsbepalingen ligplaats buiten de zones
Op het moment van vaststellen van deze verordening liggen niet alle woonboten binnen de ligplaatszone. Een of enkele woonboten hebben hiervoor een ontheffing.
De woonboten met een ontheffing mogen buiten de zone liggen, omdat zij vanwege onvoldoende diepgang van de Zuid-Willemsvaart niet verder richting oever en dus binnen de zone kunnen worden verplaatst. De feitelijke situatie wijzigt –in ieder geval- indien door baggerwerkzaamheden de benodigde diepgang wordt bereikt en verplaatsing richting oever en dus binnen de zone wordt bewerkstelligd.
Voor het overige spreekt de verordening voor zich.
Artikel 16
Inwerkingtreding en citeertitel
Onderdeel van Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019