Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Maatvoering

Onderdeel van Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019

Voor woonboten geldt, met in achtneming van de afmetingen van de ligplaatsen in de ligplaatskaart een maximale lengte van 30,00 meter, een maximale breedte van 5,50 meter en een maximale hoogte van 3,50 meter gerekend vanaf de waterlijn, met uitzondering van 1/3 deel van de lengte van de woonboot waar de hoogte vanaf de waterlijn maximaal 4,50 meter mag zijn. Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de welstandscommissie, een ontheffing verlenen om van de in artikel 6 lid 1 genoemde breedtemaat af te wijken, met in achtneming van de maximale afmeerbreedte als aangeven in de ligplaatszonekaart. Burgemeester en wethouders kunnen bij ligplaatsvergunning afwijken van de in deze regels gegeven hoogtemaat tot niet meer dan 10% van die maten. De woonboot moet 2,5 meter uit de lengtemaat van de ligplaatsgrens liggen, de ligplaatsgrens grenst aan het einde van de ligplaatszone of bij niet aangrenzende ligplaatsen de afstand van 5 meter tussen de woonboten onderling kan worden gewaarborgd. Bij toepassing van de maatvoering wordt als volgt gemeten: de hoogte van een woonboot vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van de woonboot, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; voor de lengte en breedte van een woonboot tussen de langste lengte en de breedste breedte (buitenkant bak) inclusief overstekken, loopranden, gangboorden, stootranden en dergelijke.

Rechtspraak bij dit artikel