Sinds 1967 heeft Nederland een Natuurbeschermingswet die het onder andere mogelijk maakte om gebieden aan te wijzen die een beschermde status dienden te krijgen en werden een aantal soorten planten en dieren beschermd. Deze wet voldeed in de jaren 90 niet aan de verplichtingen die in de internationale verdragen en Europese verordeningen aan de bescherming van gebieden en soorten worden gesteld. Om deze reden is in 1998 een nieuwe natuurbeschermingswet tot stand gekomen die zich alleen richt op gebiedsbescherming. De soortbescherming is overgenomen door de Flora- en Faunawet.
In oktober 2005 zijn de Europese Vogel en Habitatrichtlijn opgenomen in de Natuurbeschermingswet. Nederland zal in de komende jaren voor alle gebieden die samen Natura2000 vormen beheerplannen opstellen. Deze beheerplannen maken duidelijk welke activiteiten wel en niet mogelijk zijn in en om die gebieden.
De Natuurbeschermingswet vereist dat bij ingrepen in of nabij Natura2000-gebieden bepaald dient te worden in hoeverre er sprake is van significante effecten op de beschermde natuurwaarden (processen, habitats en soorten). Indien significante effecten optreden dient een passende beoordeling plaats te vinden over de omvang van die effecten. Deze effecten dienen in eerste instantie gemitigeerd te worden. Onvermijdelijke effecten dienen te worden gecompenseerd. Of en op welke wijze compensatie mogelijk is, hangt af van het al dan niet prioritair zijn van beïnvloede habitats en/of soorten die in het geding zijn. In gebieden met de zwaarste beschermingsstatus zijn enkel ingrepen met significante effecten toegestaan indien alternatieven ontbreken en er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang.
Figuur 2-11 laat zien dat de helling ten noorden en westen van het plateau van de Gulperberg Natura2000 gebied is. Het gebied is een combinatie van heischrale graslanden en kalkgraslanden. De doelstelling van deze ondergronden is de uitbreiding van oppervlakte en een kwaliteitsverbetering van het habitattypen. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1.1