Naar hoofdinhoud
De hoofdbudgethouder en de budgethouder zijn bevoegd binnen het toegekende budget voor een product budgettair neutraal te schuiven met kostensoorten. Aan deze bevoegdheid zijn de volgende voorwaarden verbonden: de aan het budget verbonden doelstelling wordt gerealiseerd; incidentele budgetten mogen niet worden aangewend voor structurele uitgaven; een budget ten behoeve van uitgaven mag niet worden gecompenseerd met een budget ten behoeve van inkomsten; meevallers mogen niet worden gebruikt om extra uitgaven te doen maar vallen vrij ten gunste van de algemene middelen; budgetsubstitutie wordt op initiatief van de budgethouder vastgelegd in een administratieve begrotingswijziging; de volgende kostensoorten zijn van substitutie uitgesloten: reserveringen en voorzieningen, kapitaallasten, doorbelastingen vanuit kostenplaatsen en salariskosten. Een verschuiving of vrijval die structureel van aard is moet in de eerstvolgende begroting als zodanig worden verwerkt.

Rechtspraak bij dit artikel