De subsidiabele capaciteit wordt als volgt berekend:
Voetbal:
Voor zover het betreft de wedstrijdvelden conform de opgave van de KNVB-behoeftebepaling voor het aantal benodigde wedstrijdvelden c.q. wedstrijduren.
Voor zover het betreft de benodigde trainingscapaciteit, conform de opgave van de KNVB-behoeftebepaling voor de indicatieve trainingsuren. Bestaande trainingsvelden en oefenhoeken die afwijken in maatvoering kunnen naar rato worden meegenomen voor de capaciteitsberekening.
Voor het bepalen van het totale aantal benodigde velden, inclusief wedstrijdvelden worden de volgende capaciteitsnormen gehanteerd:
Kunstgrasveld: 1000 uur (250 uur wedstrijd + 750 uur training)
Natuurgras: 250 uur als wedstrijdveld, of
Natuurgras: 750 uur als trainingsveld.
Restcapaciteit op de wedstrijdvelden (wedstrijdvelden x 250 uur minus wedstrijduren) wordt meegenomen voor de berekening van de aanwezige trainingscapaciteit.
Voor het aantal kleedkamers wordt de richtlijn van de KNVB aangehouden, zijnde twee per wedstrijdveld met een minimale oppervlakte per kleedkamer van 15 m2 en een maximale oppervlakte per kleedkamer van 24 m2 een en ander afhankelijk van de volgende samenstelling:
Bij alleen senioren: 2 kleedkamers per benodigd wedstrijdveld en 2 teamlockers per kleedkamer;
Bij senioren/junioren/pupillen: 2 kleedkamers per benodigd wedstrijdveld en 2 teamlockers per kleedkamer en 50% van de kleedkamers in een grotere maatvoering (i.p.v. 15 m2 24 m2);
Indien 1 benodigd wedstrijdveld en senioren/junioren/pupillen: 3 kleedkamers en 2 teamlockers per kleedkamer en 2 van de kleedkamers in een grotere maatvoering.
Voor de wasruimte wordt bij een kleedkamer van 15 m2 10 m2 vergoed en bij een kleedkamer van 24 m2, 12 m2 vergoed.
Voor de scheidsrechtersruimte geldt ten minste één ruimte per accommodatie van minimaal 7 m2 per ruimte waarbij de omvang van die ruimte afhankelijk is van het aantal wedstrijdvelden volgens KNVB norm.
Een berging is genormeerd op 10 m2.
Tennis:
Voor de bepaling van het aantal banen is het aantal spelende KNLTB leden per baan gesteld op 90. De banen dienen te voldoen aan de kwaliteitsnormen van de NOC*NSF.
Het aantal kleedkamers per accommodatie wordt bepaald op één heren kleedkamer en één dames kleedkamer. Hiervoor geldt de richtlijn van de KNLTB. De oppervlakte van een kleedkamer exclusief wasruimte is minimaal 6 m2 afhankelijk van het aantal banen.
Per wasruimte geldt een norm van minimaal 5 m2 per kleedkamer, mede afhankelijk van het aantal banen.
Een berging is genormeerd op 10 m2.
Korfbal:
Voor de bepaling van het aantal velden is het aantal normteams conform de planningsnorm van de KNKV bepalend. Voor natuurgras is de planningsnorm acht normteams per speeloppervlakte van 68 x 44 meter. Voor kunstgrasvelden is dit in onderstaande tabel uitgewerkt.
Teams
Belastings-coëfficiënt veld
Richtlijn alleen zaterdagvereniging
Richtlijn zaterdag- en zondagvereniging
F-jeugd
0,4
1 kunstgrasveld van 44 x 28 meter = 0 tot 7 normteams
tot 7 normteams
E-jeugd
0,4
idem
idem
D-jeugd
0,625
2 kunstgrasvelden afmeting 48 x 44 meter = 7 tot 14 normteams
tot 21 normteams
C-Jeugd
0,625
Idem
idem
B-jeugd
1
3 kunstgrasvelden van 40 x 20 meter = 14 tot 21 normteams
tot 28 normteams
A-jeugd
1
idem
idem
G-Korfbal
1
4 kunstgrasvelden van 40 x 20 meter = 21 tot 28 normteams
tot 35 normteams
Senioren
1
5 kunstgrasvelden van 40 x 20 meter = 28 tot 35 normteams
tot 42 normteams
Voor de veldbelasting bij korfbal geldt de volgende capaciteitsnorm:
Kunstgrasveld bestaande uit 2 wedstrijdvelden: 800 uren.
Natuurgras per 68 x 44 meter: 150 uren.
De trainingsbelasting wordt bepaald door het aantal teams, incl. midweek en recreantenteams te vermenigvuldigen met 2 uur per week x 20 weken (half seizoen). Daarbij komt het aantal competitie uren.
De veldbelasting voor de competitie wordt bepaald door de helft van het aantal competitieteams te vermenigvuldigen met 80 minuten per team x 20 weken.
Het aantal kleedkamers wordt bepaald aan de hand van het aantal normteams. Dit is uitgewerkt in onderstaand schema:
Aantal normteams
Aantal kleedkamers
≤ 7
4 kleedkamers, 2 dames/2 heren
≤ 14
4 kleedkamers, 2 dames/2 heren
≤ 21
6 kleedkamers, 3 dames/3 heren
≤ 28
8 kleedkamers, 4 dames/4 heren
≤ 35
10 kleedkamers, 5 dames/5 heren
≤ 42
12 kleedkamers, 6 dames/6 heren
De omvang van een kleedkamer is minimaal 15 m2 en maximaal 24 m2.
Voor de wasruimte wordt bij een kleedkamer van 15 m2 10 m2 vergoed en bij een kleedkamer van 24 m2 12 m2 vergoed.
Voor de scheidsrechtersruimte geldt één ruimte per accommodatie van minimaal 7 m2 waarbij de omvang van die ruimte afhankelijk is van het aantal wedstrijdvelden volgens KNKV norm.
Een berging is genormeerd op 10 m2.
Artikel 7.
Capaciteit
Onderdeel van Nadere regeling gemeentelijke sportaccommodaties Berg en Dal 2020